Bewonersvereniging De Landtong

Bewonersvereniging De Landtong

De Landtong bestaat uit een aantal straten waar een heel verhaal aan vast zit.
Op vallend is dat het vooral Joodse straat namen zijn en dat is niet voor niets.
Het woongebied de Landtong is tijdens de oorlogsjaren 40 -44 het vreselijke toneel geweest van de deportatie van vele duizenden mensen, met name Joden, richting de Duitste vernietigings kampen.
Midden op de Landtong bevindt zich een enorm monument ter nagedachtenis aan hen die nooit meer zijn terug gekomen.

In het regelmatig verschijnende Verenigings Magazine kunt u de uitleg lezen over de namen van onze straten.
En uiteraard op deze website.

Door op een onderstaande straatnaam te klikken leest u de geschiedenis en betekenis achter een van de Landtong straatnamen.


Plein Loods 24


De naam is ontleend aan ‘Loods 24”, die gelegen was op de landtong tussen de Binnenhaven en de Spoorweghaven. Deze loods was bedoeld voor de opslag van tabak. De loods bevond zich op het terrein van de Gemeentelijke Handelsinrichting en was een gesloten gebied.

pleinloods24_5

pleinloods24_1
In juli 1942 werden de Joden in Rotterdam opgeroepen om zich te melden bij Loods 24. Aanvankelijk was er een leeftijdsgrens van 40 jaar en ook aan zieken werd uitstel verleend. Maar geleidelijk moesten vrijwel alle Rotterdamse Joden zich bij deze loods melden. Via deze loods werden ze uiteindelijk gedeporteerd naar de vernietigingskampen. Het overgrote deel heeft de hel van de concentratiekampen niet overleefd. Het aantal Joden in Rotterdam is hierdoor gedecimeerd.

pleinloods24_4


De Stichting Comité Loods 24 is in 1987 opgericht.
Deze stichting heeft als doel de nagedachtenis van de door de nazi’s vermoorde Joden hoog te houden. De namen van de straten die om het plein Loods 24 liggen, herinneren aan het Joodse verleden in Rotterdam.
Het monument “Loods 24” staat aan de Levie Vorstkade

Dit monument bestaat uit:
- Een bank met inscriptie, verwijzend naar de plek waar loods 24 heeft gestaan.
- Een verlichtingselement, bestaande uit vijf lichtmasten; door de gemeente in 1999 geplaatst.

pleinlods24_6
- Een witte gedenkmuur, waarop een plaquette is aangebracht.

pleinloods24_2
- Een oplopend grasveld met halfronde zitmuur tussen de Helmersstraat en de Eric Kropstaat.

Het grasveld is dus een essentieel onderdeel van het monument, een plaats voor rust en bezinning. Het terrein mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt, bv. het uitlaten van honden.
Op 28 juli 2005 werd de hier bovengenoemde plaquette onthuld bij het monument Plein Loods 24 aan de Levie Vorstkade. Deze plaquette is aangeboden door de deelgemeente Feijenoord aan de Stichting Comité Loods 24.

“Achter deze muur van de voormalige Gemeentelijke Handelsinrichtingen stond Loods 24 “

pleinloods24_3
" aan de Stieltjestraat bevindt zich dit monument bestaande uit een stuk van Loods 24"

Deze loods werd gebruikt als een verzamel- en doorgangsplaats voor Joden uit Rotterdam en de Zuid Hollandse eilanden.
Via Westerbork werden de Joden naar Oost- Europa gedeporteerd om daar vermoord te worden.
Het grootste deel van de ca. 12.000 Joden die in Rotterdam en omgeving woonden, werd via Loods 24 weggevoerd. Slechts enkelen keerden terug.

Uit: Straten op de Landtong
Van Ina van Dam en Anja van Bussel

Meer info over Loods 24 vindt u hier. (WikiPedia link)

Eric Krop straat

Frédéric Jean Krop werd geboren op 20 mei 1916 in Rotterdam. Hij was de zoon van een bekende Rotterdamse predikant (met dezelfde initialen) en een Franse moeder. Hij had vier broers, die eveneens predikant werden.

erickrop

Hij bezocht het Marnix Gymnasium in Rotterdam en studeerde rechten in Leiden. In 1940 werd hij meester in de rechten en ging hij werken bij de Economische Voorlichtings-Dienst. Eric Krop was actief in het verzet tegen de bezetter, dat in Nederland tot zijn ergernis steevast illegaliteit werd genoemd. In 1941 werd hij gearresteerd vanwege het verspreiden van afbeeldingen van de koningin. Na zijn vrijlating in datzelfde jaar vestigde hij zich als advocaat en procureur in Rotterdam.


erickrop_2

Bij een bijeenkomst in de eerste Pijnackerstraat te Rotterdam over het coördineren van de hulp aan Joden en de vorming van knokploegen in 1942, werd door de Nederlandse politie een inval gedaan. Drie van de aanwezigen vonden de dood. Eric Krop werd zwaargewond naar het ziekenhuis gebracht. Na zijn herstel kwam hij in Vught, Scheveningen en Dachau terecht. In dat laatste concentratiekamp verbleef hij tot aan de bevrijding in 1945. Door zich als Fransman voor te doen slaagde hij er in als één van de eerste concentratie-kampgevangenen naar Nederland terug te keren. Over deze list om de autoriteiten te misleiden vertelde hij later met groot plezier.

Eric Krop was een sociaal gedreven mens, een voortreffelijk econoom, jurist en bestuurder.
Hij bekleedde vele bestuursfuncties, o.a. bij de Europeesche Beweging, De Expogé (vereniging van de ex-politieke gevangenen in bezettingstijd) en de Vereniging van facultatieve lijkverbranding.

Onder het motto “zwijgen, maar vergeten doen wij niet” zette hij zich na de oorlog al snel in voor de verzoening met Duitsland. Bij de beoordeling van mensen meende hij dat men niet zozeer op verschillen in politieke overtuiging of levensbeschouwing moet letten, maar op de bereidheid tot inzet voor anderen.
Hij interesseerde zich verder voor de culturele betrekkingen met Belgisch – en Frans Vlaanderen.
Hij kreeg de erepenning voor het bevorderen van de Nederlandse taal en cultuur in Frans Vlaanderen. In 1959 werd hij raadslid en in 1961 fractievoorzitter van de C.H.U.

Hij was actief in de wijkraden. Als adviseur was hij o.a. betrokken bij de Doelen, de haven en industrieterreinen de
Botlek en Europoort. Hij zocht in deze werkzaamheden naar een evenwicht tussen werkgelegenheid en milieubescherming.
Eric Krop was voorzitter van het hoofdbestuur van het genootschap Nederland – Israël waar hij zich inzette voor de staat en volk van Israël.
Ook was hij voorzitter van het comité Ereschuld aan omgekomen Joodse stadsgenoten.

In 1968 werd hem de Yad Wasjem – medaille te Jeruzalem uitgereikt en werd “zijn” boom in de Laan der Rechtvaardigen geplant. In 1969 werd hij burgemeester van Bleiswijk, maar hij bleef wonen in Rotterdam.
Hij ontving in 1971 het Croix du Combattant de l’Europe.

Eric Krop overleed op 10 april 1977 te Rotterdam.

erickrop_1
Uit “Straten op de Landtong”
Van Ina van Dam en Anja van Bussel

Stieltjesstraat

stieltjes
Thomas Joannes Stieltjes werd geboren in Leuven in 1819. Hij was de jongste uit een gezin met elf kinderen. Zijn vader was bij de landmacht.
Thomas bezocht de Rijks Lagere School en vervolgens de tekenacademie. In 1831 verhuisde het gezin naar Breda. Drie jaar later, hij was toen vijftien, liet hij zich inschrijven bij de veldartillerie in Nijmegen. In 1839 werd hij benoemd tot tweede luitenant bij het vierde bataljon artillerie nationale militie.

Hij was de beste bij het examen dat hij aflegde.
Op vierentwintigjarige leeftijd publiceerde hij anoniem een artikel: “Denkbeelden van een oud soldaat over een zuiniger en doelmatiger samenstelling van het Nederlandsche Leger”.
De anonimiteit werd vele jaren later pas opgeheven, toen Stieltjes in verdere publicaties zelf naar dit artikel verwees. Het artikel maakte veel indruk op Thorbecke.

Vanwege zijn kennis werd hij gevraagd om zich te belasten met de planning van het kanalenstelsel in Overijssel.
Met veel succes voltooide hij deze werkzaamheden in 1848 en keerde naar zijn regiment terug. Hij had nu
naam gemaakt als ingenieur. In 1849 echter werd hij oneervol uit dienst ontslagen.

Later kreeg hij alsnog eervol ontslag. Hij had om principiële redenen bezwaar tegen het afleggen van een eed, waarbij hij trouw moest zweren aan een persoon, Koning Willem III, en niet aan de grondwet die in 1848 onder Thorbecke tot stand was gekomen. Toch was Stieltjes beslist geen starre dogmaticus of iemand die geen leiding kon velen.
Hij was geliefd bij zijn naaste medewerkers en altijd bereid tot overleg.

Direct na zijn ontslag werd hij gevraagd om zich te belasten met de uitvoering van het kanalenstelsel in Overijssel.
In 1854 kreeg hij leiding over deze waterwerken.

In de jaren vijftig verschenen ook de twee delen “De Nederlandsche hoofdrivieren” Inmiddels was zijn deskundigheid alom bekend.
Thorbecke vroeg Stieltjes advies over de aanleg van spoorwegen.
Kort daarna werd hij benoemd tot adviseur voor technische zaken bij het departement van Koloniën.
In 1860 vertrok hij met zijn gezin naar Indië.

stieltjesstraat_02

Er ontstonden daar na verloop van tijd problemen over een concessie betreffende een Javaanse spoorweg. Deze was, buiten Stieltjes om, door de Gouverneur Generaal Baron Stoet van de Weele gedaan aan een particuliere maatschappij. In 1863 werd Stieltjes ook nu weer oneervol ontslagen, echter ook dit werd later weer gewijzigd in eervol.

Op verzoek van Pincoffs, werd hij adviseur van de Rotterdamse Handelsvereniging.
Hij kreeg de leiding bij de ontwikkeling en de aanleg van de havens op Feijenoord.
Veel problemen ondervond hij daarbij tengevolge van de drassige grond.
Het ontwerp van de bascule -brug over de Binnenhaven was ook van Stieltjes.
In 1866 werd hij gekozen tot lid van de Tweede kamer.

Tot aan zijn dood, in 1878, hield hij de leiding over de havens in Feijenoord.

Datzelfde jaar werd de naam Stieltjesstraat vastgesteld en in 1884 kreeg een al bestaand plein de naam Stieltjesplein.

Gedurende de oorlog heette de Wilhelminakade tijdelijk Stieltjeskade (1942 – 1945 ).

Op de plaats van het flatgebouw in het gedeelte van de Stieltjesstraat wat bij de Landtong hoort, stond vroeger de kantine van de Volksbond tegen drankmisbruik.
( een mok koffie kostte voor de oorlog 5 cent).

stieltjesstraat_03

Op het Burgemeester Hoffmanplein, op het Noordereiland, staat een gedenknaald ter herinnering aan Stieltjes.
Dit monument dateert uit 1882.
De zuil is ontworpen door Gogel, het borstbeeld is van Lacomblé.


stieltjesstraat_naald stieltjesstraat_naald-02 stieltjesstraat_naald_03
Uit: Straten op de Landtong
Van Ina van Dam en Anja van Bussel




Louis Pregerkade

louispreger
Levi ( Louis) Preger werd op 21 december 1894 op het Alkemadeplein in het hart van Rotterdam geboren. Hij trouwde op 6 augustus 1919 in Den Haag met Sara Swaan.
Ze kregen vijf kinderen: Annie ( 1920), Jonathan ( 1921), Herman ( 1924), Helena (1927) en Jacques (1929).Ze woonden in Rotterdam, eerst op de Boompjes en vervolgens in de Gerrit Jan Mulderstraat 89a. Louis Preger was hoofdonderwijzer bij het openbaar onderwijs in Rotterdam. Tot de grote vakantie van 1942 mochten Joodse kinderen nog alle typen van school bezoeken. Daarna werd door de Duitsers aan Joodse kinderen de toegang tot de openbare school ontzegd
Door de Joodse Raad werden toen, met medewerking van het Rotterdams gemeente-
bestuur, op korte termijn de nodige Joodse onderwijsinstellingen in het leven geroepen.



In het door de gemeente Rotterdam hiervoor beschikbare gestelde schoolgebouw aan de Molenwaterweg werden twee lagere scholen ondergebracht: A227 en A 229 onder leiding van
Mej. L Isaacs en Louis Preger.

louispregerkade_bord1

Naast zijn onderwijzersschap was Louis Preger leider van de Rotterdamse jeugdvereniging Mikwei Jisroeil, bestuurslid en lid van diverse Joodse verenigingen. Hij was actief bij de drankmisbruikbestrijding in Rotterdam. Hij behoorde tot de Internationale Orde van de Goede Tempelieren.

Een functie in de kerkenraad heeft hij tot aan dood vervuld.

Voor de Rotterdamse Marktkooplieden Bond was hij van 1918 tot 1941 redacteur van het orgaan “De Marktkoopman”.

Toen in de Joodse gemeenschap in 1941 het onderwerp “onderduiken” fluisterend besproken werd, had Louis Preger een volkomen persoonlijk idee over onderduiken. Hij was er van overtuigd dat niemand vrijwillig naar het Oosten zou moeten vertrekken. En bij het onderduiken moest vooral op verraad gerekend worden. Het gevolg hiervan was dat hij wilde dat elk lid van zijn gezin apart moest onderduiken, zonder enig contact met de rest van de familie. Dit was, zo vertelde de zoon van Jacques Preger recent, een bijzonder zware opgave.
Wel was het zo dat mogelijk door die instructie vier van de vijf kinderen Preger het overleefd hebben. Dit in directe tegenstelling met de statistiek van het Nederlandse Jodendom, waar 80% van overleden is.

Louis Preger was een sociaaldenkend mens en heeft alles in zijn leven daar op gericht.
Tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog geloofde hij stellig dat één der grootste problemen van de Nederlandse jeugd de alcohol en verdovende middelen zou worden.
Hij stond bekend om zijn werkkracht, zijn humor, zijn opgewektheid en zijn oprechtheid.
Louis Preger is overleden op 29 juli 1964 in Israël en heeft daar ook zijn laatste rustplaats gevonden

In 1992 heeft de straatnamencommissie het verzoek van de Initiatiefgroep Loods 24 om voor de naam Louis Preger te kiezen ingewilligd.
De Waterklerkstraat werd omgedoopt tot Louis Pregerkade in 1993.

louispregerkade_bord2
Uit: Straten op de Landtong
Van Ina van Dam en Anja van Bussel

De Hef

De Hef is de populaire naam voor de spoorwegbrug die van het Noordereiland naar Feijenoord over de Koningshaven loopt. De officiële naam is de Koningshavenbrug.

hef_05

hef_06

In 1872 werd de Rotterdamse Handelsvereeniging ( RHV ) opgericht door Pincoffs. Er werd een contract met de gemeente afgesloten waarin stond dat de gemeente zich verplichtte om bruggen over de Nieuwe Maas en de Noorderhaven te bouwen. Koning Willen III vierde in 1874 zijn 25-jarig regeringsjubileum en hij wordt uitgenodigd de eerste steen voor de verkeersbrug te leggen. Als eerbewijs kreeg de Koningsbrug de naam Willemsbrug en de Noorderhaven werd omgedoopt tot Koningshaven.
In 1877 kwam de spoorbrug gereed: via een draaibrug over de Koningshaven en het Noordereiland en een spoorbrug over de Nieuwe Maas, reden de treinen naar het station Delftsche Poort en sinds 1953 naar het Centraal Station.

fef_01


Omdat na verloop van tijd bleek dat de draaibrug in gesloten toestand te laag was voor de meeste rijnschepen en ook de doorvaartwijdte te gering, werden plannen gemaakt voor een hefbrug. Door bezuinigingen werd hiermee gewacht .

In 1918 ramde het Duitse stoomschip ”Kanderfels” de brug, waardoor grote schade ontstond. De brug werd weer hersteld, maar men begon opnieuw met het plan om de draaibrug door een hefbrug te vervangen. Dit plan werd geeffectueerd.

In 1927 kon de hefbrug in gebruik worden genomen. Het ontwerp was van ir. Pieter Joosting. De brug heeft een open constructie met de beweging van wielen, kabels en contragewichten die niet zijn weggewerkt achter verhullende facades.
Volgens de geest van die tijd werden nergens op de brug decoraties aangebracht.




In 1933 dook de 19-jarige Ton Vlasblom van de noordelijke toren van de Hef, ongeveer 67 boven de Maas.( Deze toren kreeg later de naam “leftoren” onder de bevolking.) Vlasblom had al van andere hoge bruggen gesprongen.
Een week later sprong opnieuw iemand van de brug; deze overleefde de sprong niet.

hef_02 hef_03 hef_04

De brug is tweemaal zwaar beschadigd. De eerste keer was in 1940 bij het bombardement op Rotterdam. De tweede keer was in 1978 door een aanvaring met het schip “Nedloyd Bahrein”.

hef_07
Uit: Straten op de Landtong
Van Ina van Dam en Anja van Bussel

Levie Vorst kade

Levie ( Lou ) Vorst werd 8 oktober 1903 in Amsterdam gebo- ren. Hij was de zoon van een diamantbewerker. Hij studeerde aan de Universiteit van Amsterdam klassieke letteren en trouwde met Henriëtte van Gelder.

levie2

Zij was de dochter van rabbijn van Gelder in Den Haag, die later tevens opperrabbijn van Zeeland werd. Ze kregen vijf kinderen; één werd in het kamp Westerbork geboren en overleed daar. Eén van de zonen werd eveneens rabbijn evenals weer de zoon hiervan: Jehoeda Vorst.
Deze laatste is nu rabbijn in Rotterdam. De in Rotterdam geboren zoon van Jehoeda Vorst is naar zijn overgrootvader Levie Vorst genoemd en is nu zo’n 10 jaar oud.
Levie Vorst was van 1930 tot aan zijn deportatie naar Westerbork hoofd van de Joodse Godsdienstschool.
 
Het gezin werd gedeporteerd naar het concentratiekamp Bergen Belsen. De moeder overleed in de beruchte trein van Tröbitz, enkele dagen na door Russische soldaten bevrijd te zijn. Levie Vorst verloor nooit, ondanks de gruwelijkheden, zijn veerkracht. Lichamelijk gebroken kwam hij in 1945 terug naar Nederland.
       
 Nadat hij hersteld was, zette hij zich in voor de opbouw van de Nederlands Israëlitische gemeente in Rotterdam Hij hertrouwde met Selly Weijel, een dochter van de koosjere banketbakker uit de Hoogstraat in Rotterdam.
Levie Vorst was van 1946 – 1959 rabbijn en van 1959 – 1971 opperrabbijn van Joods Rotterdam.
Samen met enkele anderen, o.a. Ad Cohen, die ook in het ver- zet had gezeten, werd na de oorlog de overgebleven Joodse gemeenschap nieuw leven ingeblazen. Gestart werd met een kantoor aan de Mathenesserlaan. In 1966 werd in de schouw- burgzaal van het synagoge-complex het 12 1⁄2 jarig bestaan gevierd van de nieuwe synagoge aan de Bentincklaan.
Hij hield zich bezig met het grote probleem van de Joodse oor logspleegkinderen en het falende rechtsherstel.
Hij wees op het grote belang van het gezin. Het gezin is noodzakelijk voor het doorgeven van kennis en waarden. Bij de continuïteit van het Joodse leven draait het om het gezin. Dat is de essentie die voor eeuwig blijft. De rest is uitermate vergankelijk.
Levie Vorst was voorzitter van de Culturele Commissie van de Joodse gemeente in Rotterdam. Hij stond pal voor zijn overtuigingen, maar trachtte altijd begrip op te brengen voor de standpunten van andersdenkenden.
In 1971 werd hij officier in de Orde van Oranje Nassau. De laatste 17 jaar van zijn leven woonde hij in Israël. Hij overleed daar op 28 juli 1987.

Uit: Straten op de Landtong
Van Ina van Dam en Anja van Bussel